Natuur

Wat een rijk gevoel om toegang te hebben tot drie landgoederen vlakbij een grote stad als Utrecht en enkele dorpen en pal naast de Kromme Rijn. Met een geschiedenis die teruggaat tot de Middeleeuwen toen ridder Amelis uten Weerde in de dertiende eeuw een versterkt huis liet bouwen. Nieuw- en Oud Amelisweerd en Rhijnauwen zijn goed voor 300 ha aan afwisseling van bos, lanen, graslanden, heggen, knotwilgenrijen, boomgaarden, sloten en landhuizen. Door de lange geschiedenis zijn de natuur- en cultuurhistorische waarden hoog waardoor de landgoederen het predicaat Rijksmonument hebben gekregen.

Bomen en paddenstoelen

Amelisweerd en Rhijnauwen vormen samen het grootste rivierkleibos van ons land. Dankzij de hoge ouderdom van de landgoederen en de voedselrijke rivierklei staan er vele monumentale bomen. Er zitten beuken tussen van 100 jaar oud en eiken van meer dan 150 jaar met een hoogte van 30-40 meter en een stamomtrek van >4 meter. De hoogste ruwe iepen van Nederland staan in het Markiezenbos (Nieuw-Amelisweerd). Het is indrukwekkend om onder dit soort hoge, oude bomen te lopen.
De dichtheid aan bosvogels is dankzij de kleinschalige variatie in de landgoederen hoog. Er komen karakteristieke boombroeders voor als boomklever, groene specht, grote, middelste en kleine bonte specht. De zang van de gekraagde roodstaart kan je soms horen in het voorjaar, naast uiteraard de vinkenslag en af en toe de melancholieke roep van de bosuil.

Oud- en Nieuw- Amelisweerd zijn bekend om de paddenstoelenrijkdom (meer dan 400 soorten). Vooral de oude lanen, oude boomgroepen en het parkbos herbergen veel bijzondere soorten als de satansboleet, grote trechterzwam en de pruikzwam. De karakteristieke kleibospaddenstoelen zijn van nationaal en internationaal belang en er groeien veel soorten houtzwammen op dikke bomen.
In het voorjaar kleurt de bodem wit en geel door grote oppervlaktes aan stinzenflora (zie verderop).

Dieren

De combinatie van oude bomen met holtes, de rivier, de fortgracht en de gebouwen is ideaal voor vleermuizen. Ze vinden zowel geschikte verblijfplaatsen (in oude bomen) als voedselgebied boven het water, langs lanen en houtwallen. Er zijn in de loop der jaren acht soorten aangetroffen.

Diverse andere zoogdieren, als das, ree, vos, eekhoorn, muizen en marterachtigen vinden ook geschikt leefgebied in en rond de landgoederen.

Planten

De stinzenflora is een belangrijk onderdeel van de landgoederen. Het gaat om (vroege) voorjaarsbloeiers die in de tweede helft van de 19e eeuw op buitenplaatsen, states, herenboerderijen en landgoederen zijn geïntroduceerd vanuit het buitenland. Er zijn oude, oorspronkelijke planten die hier al meer dan 200 jaar voorkomen. De Sneeuwklokjeslaan is een lust voor het oog aan het eind van de winter. Bosanemonen en daslook, bostulpen, wilde hyacinthen en diverse soorten narcissen geven kleur aan het bos op het moment dat de bomen nog nauwelijks in blad staan. In totaal komen meer dan 30 soorten stinzenplanten voor.

Hakhout

Bijzonder is het hakhout, bomen als essen, elzen, hazelaars en iepen die om de zoveel jaar worden afgezaagd waarna ze opnieuw uitlopen. Op de grillig gevormde stoven komen bijzondere mossoorten voor. Nummeri is het grootste hakhoutcomplex van de landgoederen en wordt ook als hakhout beheerd. Enkele percelen hier dateren waarschijnlijk uit de 18e of vroege 19e eeuw. Elders in de landgoederen is het oppervlakte aan hakhout (of griend) in de loop der jaren geslonken en bestaat het voor een deel uit doorgeschoten (niet meer beheerd) hakhout.

Meer informatie

Amelisweerd & Rhijnauwen – Wandelen en verkennen van heden en verleden, door Bea Groen, 2015. Dit boek is hier te bestellen.┬á

Ecologische waarden Landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen, door Bert Maes et al, 2009.